woensdag 25 oktober 2017

   MIJN LIEVE OMA, 54 jaar.




Mijn lieve oma.
54 jaar.
Daar staar ik nu naar met mijn eigen 54 jaar. In mijn dagboek. Ik was 13. Mijn oma was jong maar toch oud.
Ik zie een grijs permanentje met blauwspoeling en een jurk met een ceintuurtje om het bollige buikje boven de vleeskleurige pantykousen in stevige instappers. Een fijn gouden horloge en kettinkje met belletjes.  Om haar arm een donkerblauwe handtas zonder enige poespas, stevig, leer. Een tas die een zelfverdedigingscursus overbodig maakte. Een beige regencoat . Een lieve ingetogen lach, een zachte stem, handige handen, vlotte vastberaden passen, soms verdrietige ogen, onderdanig in haar koude keuken verlicht door een tl-balk met twee gammele kasten met in de rechter: de drop-pot. De kast rook muf. Het aanrecht had een graniet geblokte vierkanten spoelbak waar ik in mocht afwassen. Dan stond ik op een krukje. Afwassen was leuker dan afdrogen, vooral de pannen.
Als ik moest afdrogen dan liet ik de pannen staan, die moesten dan nog in de week, vond ik, met extra Lux. Dan maakte ik heel veel sop en mocht belleblazen.
Ik vond het fijn bij oma. Niet bij opa, want die was vaak streng en boos. Hij gaf pianoles in de achterkamer en dan gluurde ik door de glas en loodramen van de suitedeuren, rood vond ik het mooist of paars. Ik snapte niet dat de leerlingen van opa het leuk vonden om piano te spelen want opa schreeuwde vaak dat ze het niet goed deden. "Een BES! Je ziet toch dat daar een BES staat!!"
Opa was autoritair maar soms ook grappig als hij naar Sjef van Oekel keek. Hij leek ook wel op Sjef van Oekel. Waldolala met blote vrouwen, dat vond hij prachtig maar oma werd dan chagrijnig. Opa had de hele tafel voor zich alleen. Daar lag plakkerig plastic over het Perzische tafelkleed omdat opa altijd plakte. Hij plakte namelijk allemaal schriften vol met voetbaluitslagen en foto's uit de krant. Collages. Er was geen wit plekje meer over. De schriften waren bruin gekaft en kregen een nummer in de kast achter het fluwelen gordijn. Hij had er meer dan 100 of 200. Als opa plakte dan stond de radio aan en de tv. Oma nam mij dan mee om boodschappen te doen. Ik logeerde daar bijna ieder weekend en dan ging ik met oma wol uitzoeken en stof want oma was heel knap in naaien en breien en haken. En heel precies. Er ging een weldadige rust van haar uit. Zij leerde mij alles en ik vond het fijn om te knutselen. Oma breide de mooiste truien met patronen erin. Als ik iets moois zag, bijvoorbeeld een ingebreide olifant dan haalde ze wol en maakte hem na. Oma had engelengeduld. Ze was ook heel zuinig maar dat kwam natuurlijk ook door de oorlog. Ze spaarde alle restjes wol en niks mocht weggegooid. Als we gingen eten moest elke kruimel van je bord en een augurkje werd in plakjes gesneden op de deksel van de pot en dan kreeg je twee flinterdunne  plakjes. Wel kocht ze speciaal voor mij lekkere Gelderse gekookte worst waar ik dan ook een plakje van kreeg op brood. Opa at heel vies. Ik kon daar niet goed tegen. Hij slurpte en smakte en commandeerde oma dat hij nog een schep jus over zijn aardappels wilde. Hij likte zijn diepe bord leeg. Als het tegenzat ging hij tijdens het eten zijn nagels knippen.
Het leuke aan opa was dat hij een bretellen had over zijn dikke buik. Als ik dan kwam logeren trok ik daar altijd aan en dan werd hij zogenaamd boos. Dat knalde zo lekker. Opa kon goed verhalen vertellen. Vooral over de oorlog en dan ging hij achter zijn orgel zitten en deed met zijn voetpedaal het monotone geluid van de bommenwerpers na. 'Hoor, hoor, daar kwamen ze, de moffen." Dan vertelde hij een spannend verhaal over het bombardement van Rotterdam en haalde scherven uit een doosje die hij daar had opgeraapt. Of van die keer dat hij met zijn buurman onder de plankenvloer van de gang lag en de soldaten over hem heen liepen. Dat zijn buurman zo bang was dat ie in zijn broek pieste maar dat ze weer vertrokken met die rotlaarzen en hun geschreeuw. Hij speelde dat dan na met vuur in zijn ogen achter zijn dikke brillenglazen.
Opa speelde ook orgel in de kerk en was dirigent van het kerkkoor waar oma ook in zong. Elke zondag ging ik dan mee naar het bejaardenhuis van de nonnen en zat naast oma en las de Latijnse teksten. Ergens vond ik het heerlijk dat warme gevoel van het Gregoriaanse gezang en dat orgel steeds een tel ervoor. Het voelde vredig en oma was lief. Na de mis was er dan in de aula koffie met cake en kreeg ik twee plakken met limonade en was er een tentoonstelling van de haak en breiwerkjes van de nonnen. Het mooiste vond ik het aquarium met een soort sponsje dat je aan de buitenkant kon bewegen zodat het raam zeg maar gelapt werd, maar als je het te snel deed viel het er aan de binnenkant af en dat had ik vaak. Er zwommen tropische vissen in, met blauw en neon kleuren en maanvissen. Ik telde ze. Elke week keek ik of er een dood was.
Als we thuis kwamen bij oma ging opa naar het voetbal luisteren en dan ging ik het kerkboekje overschrijven, het Latijns want dat vond ik zo mooi. Oma ging eten koken want tussen de middag aten zij warm. Vaak iets met gebakken uitjes en veel jus.
Na het avondeten mocht ik even televisie kijken, ti ta tovenaar of meneer de uil. Op de tv stonden twee opgezette eekhoorntjes, een donker en een lichtgekleurd. Na de tv tanden poetsen en met blote benen naar bed. Het was koud boven en overal lag zeil op de grond. Het bed had een kapokmatras met allemaal deuken erin en zware bruine dekens en soms mocht ik in oma's bed en dan legde ze mij over. Dat was fijn want op haar nachtkastje lagen altijd vier dropjes. Die at ik dan op. Onder opa's bed stond een grote zinken po en dat vond ik vies. Er was ook een brandkast in de kamer met belangrijke dingen erin die nooit konden verbranden ook als het hele huis in de brand stond. Er was een marmeren wastafel en geen douche. Het leukste in het huis was de treinkamer. Opa was gek op treinen en had een hele baan aangelegd met vilten heuvels en tunnels en lichtjes en sneeuw, dat was net een sprookje. En er waren kuifje boeken en die mocht je lezen maar nooit een oortje omvouwen en er was een doos met lego en een doos met metalen dinky toys en mens erger je niet en domino. Oma speelde graag een spelletje met mij en soms wel twee, ze was nooit te moe of had geen zin. Wat een lieve oma.
Ze was een echte dame. Altijd keurig met een gepoederd gezicht en elke week naar de kapper voor wassen, watergolven, liet zich nooit gaan, was lief en zorgzaam. Niet vrolijk. Zorgelijk. Soms zag ik haar stiekem een poeder nemen tegen de hoofdpijn, een witte kruis poeder en die waren heel vies.
Ik zag haar verdriet en ze zei dat ik zo op 'haar  Tineke' leek. Opa en oma hadden een mooie, sportieve dochter verloren op haar 18 e jaar aan acute leukemie. Een vreselijk drama. Haar schilderij hing op de schoorsteen. Oma kon een half jaar niet huilen na haar dood, was in shock. Opa schreef de requiemmis en speelde die bij de uitvaart. Hij kon zijn verdriet kwijt in de muziek. Opa was altijd bezig met muziek. Jammer dat ik dat nooit met hem heb kunnen delen want ik ben pas op mijn 40 e gaan zingen en toen was hij er niet meer. Soms denk ik met een glimlach aan hem terug en had hem wel beter willen kennen, die excentrieke, muzikale, dominante grapjas. Saai was ie niet! Op een gegeven moment wilde opa dood. Hij kon niet meer pianospelen en ook geen Duits voetbal meer kijken met zijn  beste vriend de pastoor. Die was zomaar overleden en ze hadden het vergeten te zeggen tegen mijn opa die daar aankwam voor de wekelijkse tv avond en toen was hij dus dood. Ook mocht hij niet orgelspelen op zijn begrafenis. Toen is het licht bij opa volgens mij uitgegaan en stopte hij met eten en drinken. Daar kon geen oma meer iets aan doen. Hij stierf in de achterkamer naast zijn orgel en oma was strak en verbitterd. Ze verkocht meteen zijn vleugel en verliet 'dat grote , koude, vochtige rothuis.'
Ze kwam in een behaaglijke flat terecht met centrale verwarming, hoogpolig tapijt en sfeervolle schemerlampen. Maar ze was ongelukkig. Ze miste haar buurtje, de loopjes naar de melk- en groenteboer, de stomerij, de markt. Ze ging raar lopen en het breien lukte niet meer. Er bleek een grote tumor in haar hoofd te zitten en die zouden ze weghalen. De avond voor de operatie gingen we lekker uit eten en nam ze tong Picasso met vruchtjes en een driedubbel grote bananensplit bij Dreefzicht. "Zo die nemen ze niet meer af." En dat was een goed besluit, want ze overleefde de operatie niet. Ze was 75 jaar.
In haar kist gingen de opgezette eekhoorntjes mee. Ik was dol op haar, ze was zo lief.
En nu ben ik ook 54 jaar en bijna oma !
Waar blijft de tijd. Ik zal mijn best doen, in haar geduldige geest.
Lang leve alle oma's!








 

zondag 22 oktober 2017

 Over voetbal gesproken


Meneer van Galen moet z'n broek ophalen (nee niks met #metoo-gedoe, gewoon een rijmpje) was een meester a la Thijsse. Streng maar rechtvaardig.
Hij wist alles en gaf goedbedoelde adviezen.
Zo zei ie tegen mij : 'Overdaad schaadt'.
Uno momento dado speelt dat weer op vanwege de 'klassieker Feyenoord- Ajax vandaag dus.
Klassenfoto.
Ik wilde mijn Feyenoord-petje op. Had ik gekocht van mijn zakgeld in de Kuip waar ik was geweest met mijn vader, die sportverslaggever was. Zo mocht ik dan regelmatig mee naar Feyenoord en mijn broertje naar PSV. Hij is nog steeds voor PSV, mijn broertje. Ik kreeg een kaartje voor het sta-vak achter het doel van Eddy Treytel en een gulden voor een broodje frikandel in de rust.  Het Feyenoord shirt met Nico Jansen erop dat ik wilde kopen was nog te duur. Vijfentwintig gulden.
Dus op de foto een rood wit shirt aan van de Hema en een broekrok, het meest vreselijke kledingstuk ooit uitgevonden gemaakt door oma van ruwe spijkerstof van de markt. Ik voel het nog schuren. 
Wij hadden een sportieve klas, althans de jongens. Ik deed mee met voetballen op het schoolplein met een tennisbal. Voor school, na school, tussen de middag. Michael Teunissen en Michael Tan, achterste rij rechtsbuiten naast die juf, waren heel goed en Hubert, achterste rij linksbuiten ook. Jammer genoeg staat Johnny van het Schip niet op de foto die ook bij ons in de klas zat. Hij was een leuke jongen met een grappig accent want hij kwam uit Canada en kon heel hard lopen en goed voetballen. Met het schoolvoetbaltoernooi was hij de ster en op de afscheidsmusical deed hij een voetbal-act op het podium: balletje hooghouden.
Dat zal ik nooit vergeten want hij vroeg toen of er een vader was die hem kon verbeteren. En ja hoor: mijn vader ging het balletje hooghouden. Maar Johnny won natuurlijk en dat is logisch.
Later kwam ik Johnny tegen tijdens een wedstrijd van de Oud Internationals tegen het eerste van DSS waar zoon Jorrit een onvergetelijke eerste goal maakte voor een paar duizend toeschouwers. Ik was zo trots als een paard met 7 lullen, zeggen ze dan. Die wedstrijd verloren ze wel maar dat mocht de pret niet drukken en Johnny herkende mij als dat 'grappige voetbalmeisje van de Graaf' uit de klas en dat was leuk.
Johnny doet het nu erg goed met PEC Zwolle.
 Dus ik ben dit seizoen voor PEC Zwolle en hoop dat ze iedereen dolle en niet het schip ingaan.







woensdag 18 oktober 2017

 Met Pieter naar Pisa.                                                                                        


Pieter had er al veel over gehoord. Italië! Daar wilde hij ook wel eens naar toe. Hij boekte een fly drive met kris Kras voor een prikkie en was al meteen in zijn sas. Acht dagen, vliegtuig, huur-auto, 4 hotels en 8 keer ontbijt voor 500 euro p.p.
Zo startte hij zijn toeristische trip in Pisa.



Hij bekeek de toren en kwam tot de conclusie: dat ding staat scheef.
Daar is geen houden aan. Zeker niet voor een klein kaboutertje.
En hij klom de trappen op die behoorlijk wentelden. Pieter kreeg al gauw last van zijn kuiten en evenwichtsorganen maar boven zag ie de klepel hangen.
En zijn vriendin moest zo nodig doen wat bijna een miljoen Chinezen met selfie-sticks zonder enige vorm van schaamte daar doen: die toren tegenhouden.
Pieter vond het behoorlijk gênant maar zijn vriendin had er gewoon lak aan. Hij zei nog: kun je niet iets originelers bedenken maar ze lachte gewoon net zo stom als al die toeristen.



Wat hij wel erg leuk vond was het klasje kleuters dat braaf met een schetsboek de toren Van Pisa zat te tekenen. Zo worden de kunstenaars hier gemaakt, dacht Pieter en hij hield meteen van Italië.

En hij reed door naar het stadje Lucca.
Het leuke aan Lucca was dat hij daar een paar vrienden tegenkwam.


Het hotel was het behoorlijk saai. Het lag aan de snelweg en er zaten allemaal overigens rustige Chinezen in. Maar gelukkig was Nederland aan het voetballen tegen Zweden.
Ze moesten met 7-0 winnen maar dat ging dus vet niet lukken ook al was Robben heel goed.
Pieter heeft meer vertrouwen in de vrouwen. Qua winnen. En die hebben tenminste niet van die lelijke tatoes en rare kapsels. Gewoon geen kapsones. Althans nog niet. Houen zo!

Na een ontbijt met veel zoete broodjes trok Pieter verder naar Florence.
Daar ging hij in een toeristenbus zitten zodat hij alles goed kon zien. Wat een mooi beeld toch die David. Zucht en die hemelse lucht.
Pieter was behoorlijk verliefd geworden inmiddels. En op de Ponte Vecchio gooide hij er een slot tegenaan en deed een wens. Hij wenste een Ferrari Testarossa.
Waar Pieter zich vreselijk aan stoorde was die zogenaamde moderne kunstdrol midden op het plein waar alle oude mythische beelden staan van de grote kunstenaars. Het was zoiets van 'schijt aan de goden'. De drol verpestte het hele plein. 

De politie vond er ook niks aan. En alle Florentijnen wilde dat ding weg hebben maar hij was van een Rus dus dat krijg je niet zomaar voor elkaar. Daar zit Poetin natuurlijk achter.
En Pieter was wel onder de indruk van die mooie uniformen. Pico bello!


Dit was zelfs de generaal van de luchtmacht. Kijk maar naar al die medailles. Hij was hier omdat zijn kolonel ging trouwen en hij zei nog: No, no, no! en pieter snapte dat wel toen hij die bruid zag. Die was duidelijk de baas. Twee koppen groter dan dat kleine kolonelletje.

Tijd voor het serieuze werk nu: Op naar Venetië.
Onderweg zag Pieter daar inene Buma van het CDA. Hij zat verstopt in de vrachtwagen. Incognito. Maar als je goed luisterde dan hoorde je zo uit die vrachtwagen het Wilhelmus.

Pieter ging speciaal naar Venetië om de tentoonstelling van Damien Hirst te bekijken.
Nou dat heeft ie geweten!

 Dat was natuurlijk mega indrukwekkend. Groot geschapen. En ook hier weer vrienden tegengekomen.
Mickey!Hier werd ie van de zeebodem geplukt.




 en Mowgli!
en deze spannende dame met leeuw


 Maar het mooiste is daar toch dat blauw, groene water. De kleine steegjes met fraai gekleurd pleisterwerk, het licht en de stilte die daar het prettige contrast vormt met de hysterische selfies schietende toeristenstroom richting San Marcoplein.



En natuurlijk de waslijnen.
Daar doemt een drijvend cruisehotel op.
En hier drink je koffie opgediend door een soort lakeien met livreien onder het genot van de zoete zomer Vivaldi tonen van een strijkorkestje. De romantiek spat er van af.



De Italianen versieren alles. Meubels, auto's, eten, kleren en alle vrouwen. En ze zijn ook goed in plafonds schilderen. Pieter ging nog even naar het Doge paleis met de bus, dat is dus een boot en keek zijn oogjes uit. Wat een grote zaal! En magistraal uitzicht over het weidse water.






Pieter zag een leuk tasje ook met een slot . Zijn vriendin is bijna jarig dus hij dacht: dat koop ik voor haar maar het was 1200 euro.
En het jasje wat ze zo geinig vond was 2700 euro.
Toen gaf hij haar maar een pet.

En daar was ze heel blij mee vooral ook omdat echt niemand in Venetië met zo'n pet liep.
Verder gingen ze nog even naar Verona. Daar wilden ze wel naar de opera maar helaas, die was er niet op die dag.

Wel een stelletje Romeinen die rookpauze hielden.
En Pieter vond het wel welletjes. Hij had behoorlijk veel gelopen en ging nog even uitrusten bij het Gardameer.

En verder was het hier ook heel sprookjesachtig met veel zwanen. Het leek wel het Zwanenmeer.
En toen ging Pieter weer naar Haarlem waar het ook 20 graden was in oktober en de zon oranje kleurde en de wereld in brand stond en Pieter vond dat de kinderen lekker moesten gaan spelen op straat zonder mobieltjes en tekeningen maken en zingen en touwtje springen zoals in la bella Italia.